Voor innovatie is een ecosysteem nodig, ofwel een netwerkstructuur van bedrijven en instellingen die elkaar weten te vinden. Het Innovatiepact van de Greenport zet zich sinds anderhalf jaar in voor de ontwikkeling van zo’n infrastructuur voor een aantal thema’s en onderwerpen: van Vertical Farming tot Human Capital. Tijd voor een tussenbalans. Woody Maijers, Regisseur van het Innovatiepact: “Zo’n infrastructuur is niet zichtbaar, maar heb je wél nodig voor innovatie.” 

Anderhalf jaar geleden – op 2 februari 2018 – werd het Innovatiepact van Greenport West-Holland ondertekend, door meer dan 30 partijen. Enkele tientallen ondernemers, overheden, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties gaven toen aan actief mee te willen werken aan doorbraken op een aantal relevante thema’s. Recent hebben nieuwe partners zich aangemeld. 

Dat klinkt misschien abstract, vrijblijvend of zelfs overbodig. Want heeft de tuinbouw zo’n overeenkomst nodig om te innoveren? Ook zonder pact kent de tuinbouw immers een lange geschiedenis van innovatie. Bedrijven en instellingen weten elkaar te vinden, en ontwikkelden samen nieuwe technieken en toepassingen.

Er zijn echter onderwerpen waarbij het minder duidelijk is wie wat doet, en waarom. Voorbeelden daarvan zijn de thema’s Gezondheid en geluk, Circulaire economie, Emissieloos produceren en Smart ketens. Stuk voor stuk belangrijke onderwerpen. Maar bij die onderwerpen is er nog geen duidelijke infrastructuur of eigenaar, en vaak zijn de onderwerpen te complex om door één partij opgepakt te worden. En dat is waarop het Innovatiepact zich richt, vertelt Woody Maijers, trekker van het Innovatiepact.

Taken en rollen

Sinds de start heeft het Innovatiepact voor drie concrete onderwerpen partijen samengebracht: Biodiversiteit, Human Capital Agenda en Vertical Farming. Onderwerpen waarmee het Innovatiepact zich de komende tijd bezighoudt zijn Next Generation-ondernemers, Big data (o.a. cybersecurity) & sensoren en Internationalisering.

Maijers: “Op projectniveau gebeurt al veel bij dit soort onderwerpen. Neem internationalisering. Er zijn veel bedrijven en instellingen die iets doen op gebied van Feeding and Greening Mega-cities: van concrete projecten tot handelsmissies. Maar het zou mooi zijn als je de agenda’s van al die bedrijven en instellingen op elkaar weet aan te sluiten. Dat iedereen weet wat ieders rol en taak is. Dan kun je een buitenlandse partij een compleet pakket bieden, en dus oplossingen van a tot z. Vanuit het Innovatiepact gaan we komende tijd de samenwerking met andere consortia (zoals o.a. Dutch Greenhouse Delta) intensiveren.” 

Op gebied van biodiversiteit leidde die aanpak – dus het afstemmen van agenda’s en wensen – tot een gezamenlijke aanvraag bij TKI Tuinbouw & Uitgangsmaterialen in augustus. En over Vertical Farming werd in september een grote bijeenkomst georganiseerd (met circa 120 deelnemers!), samen met Anne-Claire van Altvorst (InnovationQuarter), met als centrale vraag: wat heb je nodig om verder te komen? Maijers: “Onze rol is het organiseren van het netwerk rond zo’n onderwerp en concreet uitwerken in deelprojecten.”

Monitoren van resultaten

Anderhalf jaar na de start heeft het Innovatiepact dus al veel in werk gezet, met als een van de meest opzienbarende mijlpalen de Human Capital Agenda voor de Greenport <link: https://greenportwestholland.nl/greenport-ondertekent-deelakkoord-human-capital-akkoord/>. 

Maar voldoet het Innovatiepact daarmee aan de verwachtingen en beloftes? Maijers: “Bij de start van het Innovatiepact hebben we aangegeven dat er een duidelijke, transparante monitoring moet komen.”

Daarom is door Donald Ropes, lector Leren & Ontwikkelen bij Hogeschool Inholland, gewerkt aan een monitoringsysteem om stakeholders te bevragen over hoe het Innovatiepact heeft geholpen agenda’s af te stemmen op die van andere stakeholders. De pilot is onlangs afgerond. Maijers: “Die pilot is een test én een nulmeting.”

Toegevoegde waarde

Uit de pilot blijkt dat betrokken partijen tevreden zijn over de werking van het Innovatiepact. Zo vertelt een van de stakeholders: “De toegevoegde waarde is dat we heel veel verschillende agenda’s hadden. De gemeenten hadden hun eigen opvattingen en eigen agenda, en die sloot niet altijd aan bij de agenda van onderwijs- en onderzoekinstellingen, en bedrijven. En wat er nu gebeurd is de afgelopen periode, is dat we met elkaar één agenda hebben gemaakt op grond waarvan de innovatie wordt vormgegeven.”

Een andere ondervraagde vertelt over de samenwerking binnen het Innovatiepact: “Wat belangrijk is dat de belangrijkste spelers – directeuren van relevante bedrijven, maar ook van betreffende overheden en kennisinstellingen – elkaar kennen. Dat we laagdrempelig bij elkaar over de vloer komen, elkaar snel weten te vinden met vraagstukken waar we een bijdrage kunnen leveren. En ik vind dat dat heel goed gaat.” 

Er was ook kritiek. Zo mag het Innovatiepact meer communiceren, zouden meer ondernemers moeten aanhaken en zou er nóg meer samengewerkt moeten worden. 

Paddestoelen en projecten

Maijers: “Ik maak wel eens de vergelijking met mycelium. De paddestoelen zijn zichtbaar, maar het belangrijkste zie je niet: onder de grond groeit mycelium. Bij innovatie en samenwerking is dat net zo: projecten zijn de paddestoelen. Het netwerk daaronder is niet zichtbaar, maar heb je wél nodig om die projecten te laten groeien en scoren.”

Meer informatie

Klik hier voor meer informatie over het Innovatiepact



Pin It on Pinterest