Sandra van Steenvelt is de nieuwe programmamanager Campusstrategie. Het is haar taak om de kracht van de drie regionale campussen verder te versterken. Ze volgt in die rol Mathijs Koper op, die onlangs afscheid nam als programmamanager. Van Steenvelt: “Als we de verbinding tussen de campussen, bedrijven en kennisinstellingen versterken, kunnen innovaties veel beter landen.”
Van Steenvelt was onder meer programmadirecteur HBO-ICT opleidingen aan de Haagse Hogeschool en directeur van Hoger Onderwijs Drechtsteden: vanuit die rol was ze betrokken bij het Smart Campus Leerpark. De laatste jaren is ze onder meer voorzitter van de community Dutch Innovation Factory. Dat is de bedrijvenvereniging van de Zoetermeerse campus Dutch Innovation Park. Ze is bovendien onderzoeker naar campusvorming.
Vanaf heden is ze dus ook programmamanager Campusstrategie bij Greenport West-Holland. Het is haar taak de samenwerking tussen de drie campussen verder te versterken: Horti Science Park, Flora Campus Westland en Dutch Fresh Port. Binnen het programma One Campus werken de drie Greenport-campussen samen aan innovatie, human capital, gezamenlijke programmering en internationale profilering.
Sandra, je kent de Zuid-Hollandse economie en campussen van dichtbij. Hoe staat het ervoor?
“Zuid-Holland staat al jaren hoog in de Europese innovatieranglijsten. Maar als je de economische ontwikkeling vergelijkt met andere regio’s in Nederland, dan blijven we achter. Dat is eigenlijk best vreemd, want hier zit enorm veel kennis, bedrijvigheid en innovatie. Dat komt vooral doordat die kracht te versnipperd is. We hebben sterke kennisclusters en sectoren, zoals de tuinbouw, maar die weten elkaar nog onvoldoende te vinden.”
Hoe kunnen we dat oplossen?
“Als we de innovatiecampussen doorontwikkelen en onderlinge verbindingen versterken, kunnen innovaties veel beter landen in alle sectoren, ook in de tuinbouw. Door gezamenlijk massa te maken rond strategische thema’s, wordt de regio aantrekkelijker voor talent, investeringen en nieuwe samenwerkingen. Dat is uiteindelijk goed voor onze brede welvaart en ons verdienvermogen.”
Hoe organiseer je dat: gezamenlijk massa maken?
“Samenwerken klinkt eenvoudig, maar de praktijk is complex. Gemeenten kijken vooral naar hun eigen gebied, terwijl de grootste meerwaarde vaak op regionaal niveau ligt. Tegelijk heb je zowel bestuurlijke slagkracht als uitvoeringskracht nodig; zonder een van beide kom je niet verder. Ondernemers, onderwijs en overheden hebben elkaar allemaal nodig. Maar elke regio vraagt om een eigen aanpak. Je kunt succesvolle samenwerking niet simpelweg kopiëren.”
Iets anders: hoe zichtbaar is de tuinbouw bij de andere kennisclusters?
“Ik zie dat de tuinbouw buiten de eigen sector nog lang niet altijd vanzelfsprekend in beeld is. Bijvoorbeeld binnen Dutch Innovation Factory: digitale ondernemers richten zich vooral op markten die ze al kennen, en dat is dus vaak niet de tuinbouw. Tegelijk merk ik dat studenten en kennisprojecten juist mooie verbindingen kunnen leggen, bijvoorbeeld met innovaties uit de glastuinbouw. Campussen kunnen daarin een belangrijke rol spelen als ontmoetingsplek en draaischijf.”
Hoe was je eerste kennismaking met Greenport West-Holland?
“In de korte tijd dat ik nu actief ben voor de Greenport, heb ik een veel rijker beeld gekregen van de tuinbouw en alle vraagstukken die daar samenkomen. Ik zie vooral hoeveel kennis, innovatiekracht en betrokkenheid er in de sector zit. De tuinbouw kan juist een belangrijke bijdrage leveren aan de grote maatschappelijke transities. Dat maakt het een ontzettend interessante sector om voor te werken.”
