Magazine Aan het werk

Bij Vertical Farming blijken verschillende cellen voor verschillende teeltresultaten te zorgen, zo bleek tijdens een sessie van het Fieldlab Vertical Farming. Daarom is in de klimaatcellen van WUR en Delphy een vergelijkend experiment opgezet met een basilicumteelt in potten. 

Binnen het Fieldlab Vertical Farming (VF) is uit een brainstormsessie met de partners gebleken dat de teeltresultaten tussen verschillende Vertical Farm-cellen sterk van elkaar verschillen, ook al wordt op papier hetzelfde groeirecept in de computer ingegeven (klimaat, licht en irrigatie instellingen). Een vergelijkende proef is uitgevoerd in de klimaatcellen van WUR en Delphy om de hypothese te onderzoeken dat het instellen van deze exact dezelfde groeirecepten in verschillende Vertical Farms resulteert in verschillen in teeltresultaat. De hypothese is dat dit verschil tussen Vertical Farms veroorzaakt wordt doordat in een VF de plant zijn eigen groeiomgeving relatief sterk beïnvloedt (vergeleken met open teelt en kas productie) waardoor er een sterk microklimaat tussen het gewas ontstaat dat anders is dan het gecontroleerde macroklimaat in de groeikamer. In hoeverre het macro- en microklimaat van elkaar verschillen hangt onder andere af van het technisch ontwerp van de faciliteit, wat voor elke faciliteit anders is. 

In de klimaatcellen van WUR en Delphy in Bleiswijk is dit vergelijkend experiment opgezet met een basilicumteelt in potten. Tijdens deze proef werd met behulp van sensoren het macro en microklimaat gemonitord. Achteraf werd deze sensordata geanalyseerd en het gewasresultaat uit de verschillende cellen vergeleken. 

Zowel uit de sensordata als de gewasresultaten kwamen grote verschillen naar voren. De grootste verschillen werden gevonden in de waarden van het relatieve vochtigheid % in het gewas (het microklimaat) tussen de cel bij WUR en Delphy. In de cel bij WUR ging het RV% halverwege de teelt naar 100%, waar dit bij Delphy rond 80% bleef hangen. Dit verschil in hoeveelheid vocht tussen het gewas verklaart waarschijnlijk de waargenomen verschillen in de gewasresultaten. 

In de tabel is te zien dat er een verschil is in opbrengst (versgewicht) tussen WUR en Delphy. Dit verschil is statistisch significant. Het percentage droge stof verschilt echter niet sterk van elkaar. Wat wel ook sterk van elkaar verschilt is het aantal vol uitgegroeide planten. De potten met de laagste opbrengst hebben het hoogste aantal uitgegroeide planten, dus in die potten is per plant de biomassa ontwikkeling veel minder. Dit kwam ook zichtbaar tot uiting in slappere en dunnere planten.

Op basis van deze resultaten zal een vervolg experiment opgezet worden binnen het Fieldlab om deze waarnemingen verder te onderzoeken. 

Betrokken onderzoekers zijn: Monique Bijlaard (WUR) en Lisanne Meulendijks (Delphy).

Over het project Fieldlab Vertical Farming Zuid-Holland

Binnen het project Fieldlab Vertical Farming Zuid-Holland werken bedrijven en kennisinstituten samen aan de duurzame versterking van de Nederlandse concurrentiepositie op het terrein van verticale tuinbouw, vanuit de regio Zuid-Holland. Kennis en expertise worden omgezet in concrete innovaties op het gebied van markt, technieken voor vertical farming, opleidingsprogramma’s en duurzaam netwerk in samenwerking met haar partners. 

Projectpartners zijn Stichting Greenport Horti Campus, Delphy, Future Crops, Logiqs, Hogeschool InHolland, Improvement Centre, Proeftuin Zwaagdijk, Signify, Vitro Plus, en Wageningen University & Research. Het project dat loopt van 2019 tot en met 2023 wordt mede mogelijk gemaakt door bijdragen van EFRO en de Provincie Zuid-Holland.



Pin It on Pinterest