Samenwerking is essentieel bij het verbeteren van de waterkwaliteit. Dat stelt Piet-Hein Daverveldt, sinds 1 juni dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Delfland. Daarom is hij blij met de samenwerking binnen de Greenport. Want ondanks de Waterambitie zijn er nog knelpunten binnen de tuinbouw die zouden moeten worden opgelost. 

Piet-Hein Daverveldt werkte 25 jaar voor Shell (waarvan 17 jaar in het buitenland) en was daarna vijf jaar algemeen directeur bij NEN, het kennisnetwerk voor normalisatie in Nederland. Bij NEN was water een van de speerpunten. “Mijn affiniteit met water is in de loop der jaren enorm gegroeid.” Op 1 juni volgde hij Michiel van Haersma Buma op als dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Delfland. Daarmee is hij toegetreden tot de Greenboard van de Greenport.

Hoe vindt u de tuinbouw presteren op het gebied van water?

“Het glas is half vol, of half leeg. De kwaliteit van het oppervlaktewater in glastuinbouwgebieden gaat vooruit dus dat is goed. Maar er is nog een hele slag te maken. De sector zelf hecht terecht veel belang aan een duurzaam imago. Zorg voor een goede waterkwaliteit hoort daar gewoon bij. Bovendien: als bestrijdingsmiddelen in te hoge concentraties in het water worden aangetroffen, kan dit leiden tot een verbod op het gebruik ervan.

Delfland is vijf jaar geleden begonnen met de gebiedsgerichte aanpak: een aanpak waarbij eerst de waterkwaliteit en de knelpunten in een glastuinbouwgebied nauwkeurig in kaart worden gebracht, waarna ondernemers vervolgens aan de slag gaan om die op te lossen. Na die drie jaar is zo’n gebied dus zo goed als schoon. Dat zijn wel intensieve trajecten. Als we zo’n gebied daarna loslaten, dan zie je soms dat de waterkwaliteit er weer afneemt. Dat stelt teleur. Er moet dus een tandje bij, er moeten nog stappen worden gezet.”

Wat is daarvan de oorzaak?

“Het gaat echt om een gedragsverandering. Er zijn voorlopers, maar er zijn ook ondernemers zijn die – zeg maar – achteraan lopen. De tuinbouw is nagenoeg helemaal aangesloten op het riool, maar we vinden toch nog steeds gewasbeschermingsmiddelen, ook zelfs verboden middelen, in het oppervlaktewater. Lekkages zijn een belangrijke bron. Ik werkte voorheen in de oliesector: daar is zeer veel aandacht om ‘spills’ te voorkomen. Het is dus belangrijk dat ondernemers in de tuinbouw alert zijn op lekkages en hierop acteren. Daarvoor heb je echt niet altijd technologische oplossingen nodig. Regelmatig een inspectieronde in en rond de kas is een goede start. “

Hoe kan dat worden opgelost?

“Ik ben groot voorstander van samenwerken, want waterbeheer is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De gebiedsgerichte aanpak is hiervan dus een mooi voorbeeld. Een ander voorbeeld kan zijn de verwijdering van gewasbeschermingsmiddelen op de zuiveringsinstallaties. En ook ten aanzien van klimaatadaptatie zie ik mooie initiatieven. Zo werken we samen met tuinders bij het bufferen van grote buien: zij verlagen het peil van hun waterbassin voor waterberging (in het project Rainlevelr).”

Wat vraagt u daarbij van de tuinbouw?

“Je kunt op twee manieren kijken naar waterkwaliteit. Of je verbetert al naar gelang regelgeving aanscherpt. Of je pakt het fundamenteel anders aan, door een andere manier van denken en ervan bewust te zijn dat je zo de sector écht groen krijgt. Deze proactieve aanpak past ook helemaal bij de waterambitie. Verduurzaming is ook een speerpunt van Delfland. Een voorbeeld vanuit Delfland: rioolwater wordt gezuiverd en vervolgens geloosd bij de Nieuwe Waterweg en bij Scheveningen. Het stroomt dus de zee in. Dat is eigenlijk zonde, zeker als je bedenkt dat langere periodes van droogte naar verwachting steeds vaker zullen voorkomen. Daarom willen het rioolwater verder zuiveren door ook medicijnresten uit het water te halen en daarna het water biologisch levend maken, zodat we het terug in het oppervlaktewater kunnen brengen. Met die extra stap willen we bijdragen aan onze eigen circulaire ambitie.”

Welke rol speelt innovatie daarbij?

“Innovatie is natuurlijk belangrijk voor waterkwaliteit, circulaire transitie en ook klimaatadaptatie. Delfland werkt met partners aan een breed scala van innovaties: van technologisch zeer geavanceerd tot relatief simpele. Zo kunnen we met 3Di het effect van plensbuien simuleren, zien waar dan knelpunten optreden en verschillende scenario’s doorrekenen om deze op te lossen. Op basis daarvan kunnen we met gemeentes in gesprek om die knelpunten te verhelpen.

Maar niet alle innovatie hoeft technisch te zijn. Zo is de dijk bij de Maeslantkering ingezaaid met bloemzaad om bij te dragen aan een betere de bijenstand. De Honey Highway heet dat. En voor dijkcontroles worden gewoon nog stokken gebruikt: die worden in de dijk gestoken om de kwaliteit te controleren. Daarbij heb je niks aan een drone, want die kan vaak door het hoge gras de dijk niet zien.”

Hoe ziet u daarbij de samenwerking met de Greenport?

“De agrarische sector, en dus de tuinbouw, is voor mij een heel belangrijke stakeholder. En ik vind het mooi te zien dat de Greenport afgelopen jaar een flinke Waterambitie heeft geformuleerd, waaraan ik mijn steentje kan bijdragen.”

Foto bron: www.duurzaambedrijfsleven.nl



Pin It on Pinterest