Meet & Greet Energie

Een weblog van Jolanda Heistek, exclusief geschreven voor Goedemorgen.

Het schrijven van een blog of artikel is elke keer weer spelen met woorden. De Nederlandse taal kent daarvoor veel regels, maar biedt elke keer in ieder geval voor mij weer nieuwe dingen om te leren. Daar heb ik gelukkig een hele goede leermeester voor die elke keer over mijn schouder meekijkt.

Zelf kleur ik altijd een beetje buiten de lijntjes van de Nederlandse taal. Zo verzin ik vaak nieuwe samenstellingen en andere zaken die eigenlijk niet kunnen volgens de Nederlandse taalregels. Bijvoorbeeld het woord ‘samenwerken’ met een streepje ertussen (samen-werken), waarmee ik duidelijk wil maken dat samenwerken écht samen werken is. Wederkerigheid dus.

Hetzelfde geldt voor het woord ‘netwerken’. Dat is een van de belangrijkste werkzaamheden als directeur van de Greenport West-Holland. Voortdurend ben ik op zoek gaan nieuwe mensen en nieuwe verbindingen. En uiteraard ook het behouden, verstevigen en verdiepen van bestaande contacten. Netwerken dus. Maar ik lees het vaak ook als ‘net-werken’. Want als je netjes werkt, dan kun je heel lang samen-werken aan resultaat, waarbij beide partijen tevreden zijn. Een win-winsituatie

Een andere: programma’s met één of meer hoofdletters. Zo hebben we het Innovatiepact, het EnergieAkkoord en de Waterambitie. Die hoofdletters zorgen ervoor dat er meer nadruk komt op de inhoud. En op het feit dat het geen geschreven tekst is maar een product waar we met het netwerk aan samen-werken.
Ik heb dus nogal wat eigenaardigheden als het gaat om de Nederlandse taal. Maar ik heb niet de illusie dat ik daar school mee zal maken. Zo heet de taal van Johan Cruyff wél ‘Cruijffiaans’, zal ‘Heistekiaans’ het woordenboek niet halen, verwacht ik.

Dat brengt me wel bij een ander taalfenomeen: achternamen. Als je bekend bent in de tuinbouw, dan weet je dat op ‘elke hoek van de straat’ wel een Van der Knaap, Ammerlaan, Zwinkels, Duivestijn (of Duijvestein, Duyvesteijn, Duivesteijn), Van Vliet of zelfs een Stolk woont of werkt. Namen waarmee de West-Hollandse tuinbouw groot is geworden.

Mijn achternaam komt zeker niet in dat rijtje voor. Ik ben dan ook geen tuindersdochter, geen tuindersvrouw of nichtje van een tuinder. Ik ben ‘import’. Toch zei recent iemand van buiten het Greenport-ecosysteem tegen mij: ‘Toepasselijk, jouw achternaam in verbinding met het werk wat je doet’.

Deze week zag ik dat Mario van Vliet – ook van de Greenport – op social media het woord ‘aptoniem’ gebruikte. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Een aptoniem (afgeleid van Latijn aptus, ‘geschikt’ en Grieks onoma, ‘naam’) is een eigennaam die aansluit bij hetgeen de drager van die naam in het dagelijks leven doet. (Met dank wederom aan Wikipedia). Slagerij JM van der Ham is natuurlijk een prachtig voorbeeld.

In het tuinbouwcluster ken ik helaas geen ‘aptoniemen’. Met ‘Heistek’ kom ik een beetje in de richting. Grappig genoeg werd ik vroeger door een goede vriendin al ‘stekje’; genoemd. Maar ze moeten er toch zijn: weet u er een?

In de tuinbouw wordt ook vaak gevraagd: ‘Ben je de één van …?’ Dat wij-gevoel is blijkbaar belangrijk. Mijn antwoord is standaard: ‘Ik ben er niet één van. Maar ik lig er wel elke nacht wakker van, en werk er elke dag hard voor’.

Dus: what’s in a name? Ik zou zeggen: het belangrijkste is dat we passie en energie op een nette manier samen-werken aan het produceren van verse producten (in Greenport-woorden Gezondheid & Geluk) voor onszelf én onze omgeving



Pin It on Pinterest