Voor een gezonde toekomst voor het regionale tuinbouwcluster is het belangrijk dat er voldoende aanwas is van jong talent met een frisse blik. En daarin worden grote stappen gezet, vertelt Wouter Verkerke van Wageningen University & Research. “Jongeren stellen vragen die mensen die langer in de sector actief zijn niet meer stellen.” 

De tuinbouw zoekt nieuwe verdienmodellen voor de toekomst. Bij Wageningen University & Research ligt daarbij de nadruk op onder meer weerbare teeltsystemen, stadslandbouw en de Kas als Apotheek, dat zoekt naar mogelijkheden met plant-based inhoudsstoffen. “Dat zijn echt onderwerpen die de toekomst van de sector bepalen.”

Voor die thema’s zou het welkom zijn als er jonge, nieuwe talenten bij betrokken raken, vertelt Wouter Verkerke, Onderzoeker Smaak en Gezondheid. Hij raakte tijdens een bijeenkomst in gesprek met docente Barbara Schrammeijer van Hogeschool Rotterdam over het programma Kas als Apotheek. Daaruit bleek dat niet alleen de tuinbouw meer aansluiting zoekt met het Hoger onderwijs, maar dat dat ook omgekeerd geldt. Beiden spraken de wens uit deze aansluiting meer te laten zijn dan een incidentele stage of excursie, een aansluiting met als doel een meerjarige samenwerking op het gebied van onderzoek. Dit heeft ertoe geleid dat de opleidingen Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek (BML), Chemie en Economie van Hogeschool Rotterdam in de projectruimte van haar curricula studenten de mogelijkheid biedt om onderzoek te doen binnen het programma van Kas als Apotheek. Daarnaast lopen jaarlijks enkele BML- en Chemie-studenten stage bij Wageningen University & Research. Met de Hogeschool Inholland wordt ook gesproken over verdere samenwerking.

Studenten die voorheen vaak onbekend waren met de tuinbouw leren nu in de collegebanken over hoe de sector in elkaar steekt. Daardoor raken ze enthousiaster over de tuinbouw en de mogelijkheden binnen deze sector. Zo keek Verkerke tijdens World Food Day in Rotterdam in 2017 met genoegen hoe studenten bezoekers aan de Markthal vroegen naar hun mening over tuinbouwproducten. “Die kregen antwoorden die wij als tuinbouwdeskundigen nooit zouden krijgen. Dat is geweldige input geweest voor ons onderzoek.”

Bovendien zijn de studenten beter voorbereid als ze uiteindelijk stage lopen bij bijvoorbeeld WUR. Zo is Verkerke zeer te spreken over de kwaliteit van de studenten. “Het mooie is: Jongeren stellen vragen die mensen die langer in de sector actief zijn niet meer stellen. Ze zorgen dus voor een nieuw venster op de sector.” En een laatste bijvangst: werken met jong talent is positief voor het imago van de tuinbouw, bijvoorbeeld tijdens het aanvragen van subsidies.

Bijdragen aan onderwijsontwikkeling door samenwerking met opleidingen is dus in het voordeel van alle partijen: onderwijs, kennisinstellingen, en dus ook van ondernemers. Verkerke: “Het is belangrijk voor de toekomst van de sector dat we verbinding zoeken met jong talent. Deze manier van samenwerken blijkt echt te werken!”



Pin It on Pinterest