Meet & Greet Energie

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere regio een regionale Energiestrategie (RES) maakt. Oostland ligt in twee RES-sen: de RES Rotterdam – Den Haag en de RES Midden-Holland. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? 

In de RES Rotterdam-Den Haag ligt het grondgebied van Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland, in de RES Midden-Holland Zuidplas en Waddinxveen. Minimale opdracht voor de RES: breng in kaart wat de duurzame energiebronnen voor warmtevoorziening, elektriciteit en kracht zijn, geef aan hoeveel duurzame elektriciteit geproduceerd kan worden en geef aan wat de regionale warmte structuur is. De RES 1.0 moet op 1 juli 2021 zijn vastgesteld. De gemeenteraden, waterschappen en de provincie moeten instemmen met de RES. Voor Oostland gaat het zowel om gebouwde omgeving als om de glastuinbouw.

Glastuinbouw Oostland 

Voor de Glastuinbouw is een gebiedsvisie opgesteld door de stakeholders voor Oostland onder de vlag van de Greenport West-Holland. De gebiedsvisie voor Oostland is gebaseerd op de Verkenning Warmte Systeem Oostland van de WSO en de daarvoor uitgezette onderzoeken bij WEcR. De gebiedsvisie is ingebracht in de RES Rotterdam-Den Haag en de RES Midden-Holland. De Gebiedsvisie wordt met het nieuwe Energieakkoord door de stakeholders vastgesteld en vormt voor Oostland het startpunt voor de verdere verduurzaming. 

In onderstaande figuur is de energiemix voor de warmtevoorziening van Oostland in 2030 weergegeven. Over de rol van houtstook is nu nog discussie. Een aantal gemeenten zijn terughoudend over het inzetten van houtstook. 

In de gebiedsvisie is aangegeven dat de glastuinbouwsector een flink deel van haar warmtevoorziening in 2030 verduurzaamd kan hebben, mits er een goed flankerend overheidsbeleid is en voldoende CO2-voorziening voor de glastuinbouw is. In de gebiedsvisie en de verkenning Warmte Oostland is aangegeven dat een regionale warmtestructuur nodig is in Oostland op basis van lokale bronnen met een grote verbinding met de WarmteRotonde. 

Gebouwde Omgeving

Vanuit zowel de WSO als de GasUnie en de RES-sen wordt gekeken welke buurten collectieve warmte de beste transitieoptie is. Binnen de RES-sen wordt niet bepaald of een buurt collectieve warmte krijgt. De integrale afweging zal gemaakt worden in de Warmtetransitievisie en de daaruit vloeiende wijk uitvoeringsplannen. Uit alle analyses komt wel naar voren dat een regionale warmtestructuur nodig is. 

Regionale Warmtestructuur

In de RES Rotterdam-Den Haag en de RES Midden-Holland is deze notie van de WarmteRotonde overgenomen. Momenteel worden de contouren van de regionale warmtestructuur binnen de RES nader uitgewerkt. Hierbij wordt zowel gekeken naar de gebouwde omgeving als naar de glastuinbouw. 

De inzet vanuit Oostland gemeenten is het creëren van een toekomstbestendig en robuust systeem waarin restwarmte een prominente en noodzakelijke rol speelt. Hierbij ligt de focus op het leveren van warmte voor basis en middenlast. De piek in de winter moet lokaal opgelost worden. Hierbij wordt in de RES gekeken naar waterstof/groengas/elektriciteit en buffering. 

Dit vraagt ook een nieuwe of uitbreiding van de bestaande energieinfrastructuur. Hierbij wordt gekeken welke rol de Regio’s kunnen spelen om dit te faciliteren. Binnen de RES-sen is natuurlijk de randvoorwaarde neergelegd dat de CO2-voorziening voor de glastuinbouw op orde moet zijn wat betreft netwerk en bronnen. WSO is in gesprek met de RES en de GasUnie over wat de inprikkers vanuit de hoofdleidingen van de WarmteRotonde zouden moeten worden. 

Elektriciteit

In de RES-sen wordt ook de mogelijkheden voor het opwekken en transporteren van duurzame elektriciteit bekeken. Voor de warmtevoorziening van Oostland is dit ook relevant. Hierbij speelt de discussie van de mogelijke uitfasering van WKK’s in de glastuinbouw na 2030 een belangrijke rol door duurzame inkoop een belangrijke rol. Maar ook de verduurzaming binnen de gebouwde omgeving met ‘all electric’ oplossingen.

De RES-sen zetten vol in op zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven, op overdekte parkeerplaatsen en op waterbassins in de glastuinbouw. Voor windmolens en zonnevelden zijn zoekgebieden benoemd. Stedin heeft een impactanalyse uitgevoerd en ziet vooralsnog tot 2030 alleen problemen bij een aantal onderstations.



Pin It on Pinterest