Jaaroverzicht
2025

Hoe kan (rest)warmte beter benut worden voor de verduurzaming van de glastuinbouw én de gebouwde omgeving? Daarover ging de bijeenkomst die het EnergieAkkoord van Greenport West-Holland organiseerde bij Koppert Cress in Monster. Technisch is al veel mogelijk, maar verdere versnelling vraagt om betere samenwerking, eenvoudiger regelgeving, investeringszekerheid op de lange termijn en een betere koppeling tussen warmtebronnen, warmtenetten en afnemers.

Binnen het EnergieAkkoord van Greenport West-Holland werken ondernemers, overheden, netbeheerders en kennisinstellingen aan een klimaatneutrale glastuinbouw in 2040. Binnen het EnergieAkkoord worden projecten ontwikkeld rond onder meer aardwarmte, elektrificatie, CO₂, energie-infrastructuur en (rest)warmte.

De bijeenkomst bij Koppert Cress stond volledig in het teken van (rest)warmte: welke kansen zijn er, welke knelpunten moeten worden opgelost en hoe kunnen verschillende sectoren elkaar versterken in de energietransitie? De bijeenkomst telde zo’n dertig bezoekers. Zij werden bijgepraat over de ontwikkelingen op het gebied van (rest)warmte met een aantal presentaties. Na afloop namen ze een kijkje in de kassen en bij de energie-installaties van Koppert Cress. Dagvoorzitter was Frank van Kuppeveld, programmamanager van het EnergieAkkoord.

‘(Rest)warmte gaat het verschil maken’
Bart van Meurs (Division Q/Koppert Cress) gaf als eerste een presentatie. Hij liet zien hoe Koppert Cress warmte uit verschillende bronnen verzamelt, opslaat en opnieuw inzet. Daarbij spelen seizoensopslag, warmtebatterijen, geothermie en zelfs CO₂-afvang een rol. Van Meurs ziet de glastuinbouw uitgroeien tot een energiehub waarin warmte, elektriciteit en CO₂ slim samenkomen. “(rest)warmte is dé pijler waarmee onze sector het verschil gaat maken.”

Infraco vertegenwoordigt de afnemers van aardwarmte en werkt aan het verbinden van vraag en aanbod van warmte. André Vreugdenhil van Infraco ging in op de praktijk van warmte-uitwisseling in het Westland. De grootste uitdaging ligt niet in de techniek, maar in het organiseren van samenwerking tussen verschillende netwerken en partijen. Warmtebronnen, temperaturen, leveringszekerheid en investeringen moeten op elkaar worden afgestemd. “We moeten vraag en aanbod van warmte veel beter bij elkaar brengen.”

Bufferfunctie voor gebouwde omgeving
Tijdens de bijeenkomst was ook aandacht voor beleid. Peter Reffeltrath (ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) schetste hoe het Rijk de energietransitie in de glastuinbouw ondersteunt. Hij benadrukte dat de ambitie van een klimaatneutrale glastuinbouw in 2040 overeind blijft en dat geothermie en (rest)warmte daarin een sleutelrol spelen.

Tegelijkertijd erkende hij dat het huidige landschap van subsidies en regelingen voor ondernemers ingewikkeld is. Het ministerie onderzoekt daarom hoe verschillende subsidieregelingen beter op elkaar kunnen aansluiten. Ook ziet hij kansen voor gezamenlijke energiesystemen waarin glastuinbouw en woonwijken samenwerken. “De glastuinbouw kan een belangrijke bufferfunctie vervullen voor de gebouwde omgeving”, aldus Reffeltrath.

Eenvoudiger beleid
Daan Witkop (ministerie van Economische Zaken en Klimaat) gaf een inkijkje in het landelijke beleid rond collectieve warmte. Hij lichtte toe dat warmtenetten volgens het kabinet onmisbaar zijn voor het behalen van de klimaatdoelen. Tegelijkertijd constateerde hij dat het huidige stelsel van subsidies, regelgeving en financieringsinstrumenten erg complex is geworden.

EZK werkt daarom aan vereenvoudiging van het systeem en aan een grotere publieke rol bij de ontwikkeling van warmtenetten. Daarbij moet ook beter worden nagedacht over manieren om bedrijven te stimuleren hun (rest)warmte beschikbaar te stellen. Zijn conclusie: “Het beleid moet eenvoudiger worden, zodat projecten sneller van de grond komen.”

Samen optrekken
Ralph Savelberg (Energieregio Rotterdam-Den Haag) sloot de presentaties af met een regionale blik op de warmtetransitie. Hij liet zien hoe de glastuinbouw en de gebouwde omgeving steeds meer van elkaar afhankelijk worden. Binnen verschillende regionale warmteclusters wordt gewerkt aan plannen richting 2050, waarbij vraag en aanbod van warmte gezamenlijk worden bekeken.

Dat vraagt om concrete afspraken tussen partijen en om meer zekerheid voor investeerders. “We moeten samen optrekken, want geen van beide sectoren kan deze transitie alleen realiseren.” Darvoor moeten de komende vier jaar echte stappen gezet worden voor warmte in de gebouwde omgeving, aldus Savelberg.

De bijeenkomst maakte duidelijk dat (rest)warmte een belangrijke bijdrage kan leveren aan een klimaatneutrale toekomst. Tegelijkertijd werd duidelijk dat succes niet alleen afhangt van techniek, maar vooral van samenwerking tussen ondernemers, overheden en andere partners. Juist daarin ligt de kracht van het EnergieAkkoord van Greenport West-Holland.



logo-greenport-west-holland
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.