Een weblog van Jolanda Heistek, exclusief geschreven voor Goedemorgen.

Etiketten zijn bedoeld om duidelijkheid te scheppen. Zodat je weet wat erin zit, wat je ermee kunt en wat je zelf moet doen voor het beste resultaat. Maar het etiket ‘Circulair ondernemen’ lijkt eerder af te schrikken dan duidelijkheid te scheppen. Het klinkt zwaar. Alsof je op een T-splitsing staat: links voor circulair ondernemen, rechts voor niet-circulair ondernemen.

Maar gelukkig, zo zit ’t niet.

Circulair ondernemen is – zeker in de tuinbouw – een stuk eenvoudiger en bereikbaarder dan velen denken. Sommigen doen het zelfs al, zonder dat ze er erg in hebben. Zoals Wiebe Draijer, voorzitter groepsdirectie van Rabobank, het slotevent Circulair Economy Challenge en presentatie van de Circulaire Regioscanvoor de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’. Inderdaad, een quote van Cruijff.

Tijdens die presentatie kwamen enkele voorbeelden van tuinbouwbedrijven die al bezig zijn met circulair ondernemen voorbij. Ovata gebruikt Big Data om de vraag te kunnen voorspellen, zodat het niet te veel succulenten produceert. Lankhaar produceert op duurzame wijze potplanten en daarbij hoort ook aandacht voor eerlijke omgang en waardering voor het personeel – zowel in Nederland als in Afrika. En duurzaam is niet duur, het moet de basis zijn voor ieder bedrijf, vertelde André Lankhaar. Het aanbod van het bedrijfsrestaurant van Koppert Cress is circulair en aangepast aan de gezonde behoeften van de medewerkers. Vraag blijft nog wel voor Stijn Baan hoe we dit duidelijk kunnen maken aan de consument en waardering krijgen voor het circulair geproduceerde tuinbouwproduct.

Circulair ondernemen is dus meer dan alleen duurzaam omgaan met grondstoffen, daar hoort ook duurzaam omgaan met de maatschappij bij (ofwel ‘rentmeesterschap’). Allemaal mooie stappen op weg naar een circulaire sector, allemaal binnen handbereik van veel meer ondernemers!

Een klein zetje

Een half jaar geleden startte de Rabobank de Circular Economy Challenge. Daarbij werden bedrijven geholpen hun kansen voor circulair ondernemen te verkennen en die te vertalen naar een goed actieplan en een businesscase. In de Greenport-regio organiseerden vijf Rabobanken een eigen CE Challenge. Daaraan deden twintig bedrijven mee, waaronder een flink aantal tuinbouwbedrijven (zoals de bovengenoemde).

Ik kan hier zeer enthousiast  van worden. Met een klein zetje en een beetje begeleiding zijn deze bedrijven gestart met een nóg grotere bijdrage aan een betere wereld. En dat zetje en begeleiding zijn cruciaal. Want ik weet: ondernemers zijn zelfredzaam en proactief, maar circulair ondernemen is een andere tak van sport die vooral een andere manier van kijken vraagt. En daarin zijn steun en soms een spiegel welkom.

De Greenport heeft de ambitie om de transitie van een lineaire naar een circulaire economie in de regio West-Holland te versnellen. En dat kan niemand alleen: De overheid heeft daarbij een belangrijke rol. Dat kan een financiële rol zijn, maar ook een verbindende rol of het wegnemen van blokkades (bijvoorbeeld op het gebied van wet- en regelgeving). Daarnaast kan de overheid ontwikkelingen versnellen, bijvoorbeeld door het waarderen van gebruik van koolstof of het beprijzen van CO2. In die gedachtelijn valt dan de term Vergoeding Externe Kosten (VEK). De VEK wordt net als BTW geheven bij de verkoop van een product. De VEK belast niet de toegevoegde waarde (zoals bij de BTW), maar de uitstoot van CO2.

Dit kan een positief effect hebben op bijvoorbeeld de kosten voor Geothermie. CE-Delft heeft hierover een rapport opgesteld mede in opdracht van Provincie Zuid-Holland en LTO Glaskracht. (zie in het rapport  van CE-Delft, pagina 38 voor de ‘geothermie-tomatencase’).

Ook de kennisinstituten hebben hun rol en taak, zoals het valoriseren van kennis door deze in én met de praktijk toe te passen. Het onderwijs maakt ook stappen, kijk maar naar het recent opgericht Kennis- en Praktijkcentrum Energietransitie

Ondernemers hebben hun rol, als investeerder, uitvoerder, bedenker, aanjager. En ook u en ik hebben een rol als consument en burger, zoals het scheiden van afval en het bewust inkopen.

Circulaire bril

Circulair ondernemen en de circulaire economie zijn dus niet zo’n ver-van-mijn-bedshow als velen denken. Het is dichterbij, eenvoudiger, leuker, waardevoller. Iedere ondernemer zou daarom naar zijn bedrijf moeten kijken met een circulaire bril. Je gaat het pas zien als je het doorhebt.

Maar dat is iets wat we niet alleen van ondernemers kunnen vragen. Net zoals consumenten steun kunnen gebruiken – zoals container voor gescheiden afval en reclamecampagnes om het bewustzijn te verhogen – zo kunnen ook ondernemers het niet alleen. En die steun, die werkt het beste als we het samen organiseren: overheden, kennisinstellingen, burgers en ondernemers. Met zorg voor het milieu en elkaar!



Pin It on Pinterest