Het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft de hoofdlijnen van de convenanten Toekomstbestendige Gewasbescherming ondertekend. Eerder, op 14 juli, tekenden acht organisaties (LVVN, VNG, Unie van Waterschappen, BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland, NAJK en CBL) al. IPO deed mee aan het opstellen van de hoofdlijnen, maar moest vanwege interne besluitvorming de ondertekening uitstellen tot september. Op een later moment kunnen ook andere relevante partijen toetreden tot het convenant. Dit vereist ondertekening van de hoofdlijnen en overeenstemming van de gezamenlijke partijen.
Woensdag 9 september startte de volgende fase van het traject voor de convenanten Gewasbescherming. De komende maanden zullen algemene thema’s concreter worden uitgewerkt en begint het opstellen van sectorale deelconvenanten. Met een breed gezelschap nam procesvoorzitter Gert-Jan Segers in een Utrechtse vergaderlocatie de marsroute door. Aan de kerntafel bespraken vertegenwoordigers van Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, waterwinbedrijven, plantaardige sectoren en ketenpartners de benodigde inzet.
De algemene thema’s omvatten onder meer wettelijke kaders voor Natura2000, Waterkwaliteit en Leefomgeving. Daarnaast volgen afspraken over (bovenwettelijke) reductiedoelen, de Autoriteit Gewasbescherming krijgt verder vorm en inhoud, er wordt een kennis-, innovatie- en transitieprogramma ontwikkeld, er komt een aanscherping van toezicht, naleving en uitvoering en er worden afspraken met ketenpartners afgesloten. Die zullen vooral een plek krijgen bij sectorale deelconvenanten (bij iedere specifieke keten van plantaardige producten) en deels meer algemeen (voor bijvoorbeeld supermarkten).
De sectorale deelconvenanten worden uitgewerkt voor de sectoren Akkerbouw, Vollegrondsgroente, Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen, Fruitteelt, Bloembollen, Glastuinbouw en Biologisch. Voor elk thema of sector levert een ‘trekker’ binnen enkele weken een plan van aanpak op ter vaststelling door de kerntafel, eind van deze maand. Het plan van aanpak beschrijft de te volgen procedure, welke organisaties worden betrokken en het geeft inzicht in het beoogde eindresultaat. Het deelconvenant zal onder meer beschrijven welke reductie van de milieu-impact de sector verwacht te kunnen realiseren en welke instrumenten vereist zijn om dat nodig te maken. Denk aan introductie van rassen met verbeterde resistentie, toelating van groene middelen, gebruik van precisietechnieken en (geld voor) onderzoek.
De optelsom van sectorale doelen zal leiden tot het landelijke doel voor reductie van de milieu-impact, voor de jaren 2030, 2035 en 2040. De referentiejaren en exacte uitwerking van de indicator worden ook dit najaar bepaald.
