Magazine Aan het werk

Een bijeenkomst van het EnergieAkkoord over Hoge Temperatuur Opslag (HTO) trok onlangs ruim dertig deelnemers. Sprekers tijdens deze bijeenkomst gingen onder meer in op regelgeving en ontwikkelingen op het gebied van HTO en op de maatschappelijke betrokkenheid. 

De bijeenkomst op 6 september in het Hortiversum in Zoetermeer was de derde in de reeks verdiepende kennisbijeenkomst in het kader van het Energieakkoord van de Greenport, gericht op delen van kennis en inspireren van betrokken partners van het Energieakkoord over technieken en processen die interessant zijn voor de energietransitie in de Greenport.

Na het welkom door Jolanda Heistek gaf Nico van Ruiten de aanwezigen een overzicht van de activiteiten van het Energieakkoord. Daarbij ging hij ook in op de uitgevoerde energie- en CO2-nulmeting voor de Greenport: Het naar beneden brengen van de 2,8 megaton vCO2 uitstoot (peiljaar 2016) is waar we het allemaal voor doen!

Praktijkvoorbeelden

Als eerste van drie inleidingen gaf Benno Drijver van IF Technology een overzicht van wat er over HTO bekend is en wat er al op dit vlak gebeurt.  Ook ging hij in op de vraag in welke situatie het nuttig is om HTO toe te passen. Hij gaf daarbij voorbeelden uit verleden en heden, binnen- en buitenland en lichtte deze toe op de verschillen in gebruikte techniek, effectiviteit in relatie tot de kosten.

Een actueel praktijkvoorbeeld en de Nederlandse bijdrage is de opslag bij ECW in de Wieringermeer, waarbij de niet direct benodigde warmte uit de geothermie aldaar  kan worden opgeslagen. Drijver stelde ook de vraag waarom deze op papier zo nuttige techniek niet veel meer meer wordt toegepast. Hij wijt dat aan drie factoren :

  • Energie is lange tijd erg goedkoop geweest
  • De regelgeving is ingewikkeld en loopt achter op de praktijk
  • Er zijn nog weinig succesvolle voorbeelden, zodat de kat nog uit de boom wordt gekeken.

Europees programma

Maurice Hanegraaf van TNO gaat daarna in op het project Heatstore. Dit is een Europees programma met vele partners, waarvan de HTO bij ECW een van de projecten betreft. De opgave is hoe overschotten in warmteproductie beschikbaar blijven. Een vraag van balancering en buffering dus. Daarbij worden ervaringen en lessen uit verleden en huidige projecten gedeeld. Eén ervan is dat schaal enorm belangrijk is. De optimale configuratie wordt onderzocht in een systeemintegratie met nabijgelegen woningbouw.

Een gunstig aspect van het hebben van strategisch geplaatste HTO’s  in warmtenetten is dat daardoor het hele systeem flexibeler wordt en dat er kleinere buisdiameters voor het transport benodigd zijn.  Het spreekt voor zich dat vele partijen hier belangstelling voor hebben. Het toont aan dat er voor HTO meerdere toepassingsmogelijkheden zijn, als de proef bij ECW een succes blijkt.

Regelgeving

Als laatste spreker voor de pauze ging Rob den Dulk van de Provincie Zuid-Holland in op de wet- en regelgeving rondom HTO. Hij schetste de veelheid aan aan claims die dringen om ruimte in de ondergrond en de afwegingen die de overheid moet maken om deze in onderling verband te accomoderen op een manier die de ondergrond zelf geen schade berokkent. Die claims zijn soms conflicterend en daar moet dus tussen afgewogen worden. Sommige van deze belangen dienen een breder maatschappelijk belang, zoals die voor de drinkwatervoorziening en die zullen dus prevaleren boven individuele aanvragen.

Den Dulk gaf ook aan welke bovenliggende kaders van invloed zijn op de regelgeving vaoor de ondergrond en grondwater. Dat begint al bij de Verenigde Naties, waarbij 9 van de 17 duurzaamheidsdoelstellingen (Sustainable Development Goals) direct zijn te relateren aan grondwater. Op  Europees niveau werkt dit door in de Kaderrichtlijn Water, die niet alleen een  oppervlakte- maar ook voor grondwaterrichtlijn kent. Dit werkt door in vele nationale en provinciale voorschriften.

Vervolgens ging Den Dulk in op de toekomstige regelgeving. Veel van de huidige aparte wetten, regels en verordeningen gaan op in het stelsel van de nieuwe Omgevingswet. Hierin gaan 26 wetten op, en deze worden uitgewerkt in 4 sets regelgeving (Algemene Maatregel van Bestuur, AmvB’s ) waar dat er eerst 120 waren.  Het leidt ook tot een verschuiving van het verantwoordelijkheid: De bodemtaken die nu nog bij de provincie liggen gaan naar de gemeenten, met uitzondering van het grondwater. Wat dat betekent voor het loket (de Omgevingsdiensten) moet nog worden uitgewerkt.

De huidige planning is dat de Digitale Omgeving voor de Omgevingswet (dus de website waar vergunningen kunnen worden aangevraagd etc. ) op 1 januari 2021 operationeel moet zijn.  Voor wie hier meer over wil weten geeft hij de tip om de website www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl in de gaten te houden.

Maatschappelijke kosten-baten-analyse

Na de pauze reflecteerde Martin van der Hout van DAGO (Dutch Association of Geothermal Operators) op het thema en de relatie met geothermie. Van der Hout adviseerde met name om ook voor HTO een degelijke maatschappelijke kosten-baten-analyse (MKBA) te ontwikkelen. Ook bij de toepassing van geothermie is dit noodzakelijk gebleken om de ‘license to operate’ te behouden. Niet alleen de techniek, of de regelgeving maar ook  de maatschappelijke acceptatie en bewustwording moeten worden georganiseerd.

Van der Hout hecht groot belang aan de doorontwikkeling van HTO.  Hij schetst dat 20-30% capaciteit van geothermiebronnen ongebruikt blijft als je niet met een systeem als HTO flexibiliteit organiseert. Het is dus noodzakelijk voor een goed werkend integraal systeem om dit goed van de grond te krijgen.

Andere aanwezigen beaamde dit; een inspreker noemde dit het ‘gevecht om de bodem van de badkuip’: De regelbaarheid om minimaal vermogen uit geothermie kwijt  te kunnen is nu al een probleem. Toepassing van een techniek als HTO is dus een voorwaarde om de geothermie goed te laten draaien.

Nico van Ruiten stelde de vraag wie de probleemeigenaar voor  de social license to operate moet zijn. Rob den Dulk citeerde hiervoor uit de regelgeving: deze verwijst naar de initiatiefnemer.

Martin van der Hout stelde dat er ook voor de aanvraag al een verantwoordelijkheid ligt. Het is belangrijk om een goede gedragslijn voor deze initiatieven te ontwikkelen.  Je moet dus niet wachten tot de handhaver op de stoep staat.

Heldere kaders

Maurice Hanegraaf stelde dat we heldere kaders nodig hebben, niet alleen ontheffingen voor pilots. Charles van de Pijl (Omgevingsdienst Haaglanden) gaf aan dat we om de kaders goed te bepalen juist de data uit  de pilots nodig hebben. Er is nog te veel onbekend. De uitkomsten van de pilots leveren de data om regulier beleid te kunnen bepalen.

Gerdien Priester (Provincie Zuid-Holland) vulde aan dat we daarvoor ook samenwerken in een nationaal kennisproject op dit vlak, WINDOW genaamd.  Ze nodigde daarom ook initiatiefnemers voor HTO van harte uit zich te melden. Er is ook in het nieuwe coalitieakkoord van Zuid-Holland beleidsruimte om pilots uit te voeren en nodigt uit daar gebruik van te maken.

Het gesprek maakte een zijsprong naar de doorontwikkeling van geothermie. Zo stelde Theo Ammerlaan dat partijen door tegenvallers terughoudend geworden door tegenvallers. De hoop is gevestigd op investeringen in de geothermie door grote partijen. Martin van der Hout herkent dit. Dat is ook de reden waarom nu veel aandacht wordt besteed aan kwaliteitsverbetering van de boringen zelf:  Er wordt gewerkt aan een ‘leidraad putontwerp’.

Integraal bekijken

Anne van de Marel riep op de warmtevraag vooral integraal te bekijken: In het haven-industrieel complex zitten grote partijen die ’s zomers koeling nodig hebben en dus warmte moeten afvoeren! Rien Bot (AgroEnergy) gaf aan dat hij graag eens met een aantal mensen aan de business case kant kant van HTO wil kijken, vanuit zijn rol als operator warmte in de B-driehoek: Het gaat er per slot van rekening om dat de de warmte met waarde moet terugkomen en daar wil hij graag meer inzicht in.

Vanuit de zaal werd nog gewezen op het belang van  kennisontwikkeling en bewustwording .Met andere woorden: hoe geven we invulling aan onze sociale verantwoordelijkheid? Er wordt als goed voorbeeld  verwezen naar  het uitgebreide omgevingsmanagement wat heeft plaatsgevonden rondom de TRIAS-boring.

Kansen voor de Greenport

Nico van Ruiten bedankte de sprekers en alle aanwezigen voor hun inbreng en rond af met de oproep om te kijken waar in de Greenport er kansen voor HTO liggen en daarmee pilotprojecten op te zetten. Zo kunnen we kennis generen en werken aan goede integrale techniek voor bodemenergie- en warmtesystemen binnen heldere kaders.

De bijeenkomst is voor het EnergieAkkoord aanleiding initiatieven voor een pilot samen met betrokken partijen) te verkennen en te ondersteunen. Daarnaast zal het EnergieAkkoord zich  inzetten voor het bevorderen van maatschappelijk/politiek draagvlak voor HTO en bijdragen aan het oplossen van knelpunten in regelgeving.



Pin It on Pinterest