Agritech

De kans wordt steeds groter dat over drie, vier jaar gestart wordt met de aanleg van een Oostlands warmtenet. Gaandeweg wordt dat net steeds concreter. Zo blijkt binnenkort of WarmtelinQ wordt aangelegd, een leiding met restwarmte uit de haven die langs Oostland loopt en waarop Oostland een aansluiting beoogt. Projectleider Stijn Schlatmann (BlueTerra): “Warmte Samenwerking Oostland staat goed op de kaart bij belangrijke stakeholders.” 

Wat is de ambitie van Warmte Samenwerking Oostland?

“Doel is dat geen aardgas meer gebruikt wordt voor het verwarmen van kassen en woningen. Bijvoorbeeld geothermie is een goed alternatief, zeker als het wordt aangevuld met restwarmte uit de Rotterdamse haven. Daarvoor is dan wel een regionaal net nodig, waar zowel de tuinbouw als woonwijken op zijn aangesloten. Dat is waarop WSO zich richt.”

Waar staat de samenwerking nu?

“In 2019 hebben we de visie voor duurzame verwarming in het Oostland uitgewerkt waarin ook een regionaal warmtenet is opgenomen, en nu starten we met het uitwerken van concrete plannen. Het mooie is: binnen WSO werken overheden en de tuinbouwsector goed samen, en we hebben de WSO goed op de kaart gezet bij stakeholders zoals de provincie, Gasunie, omliggende gemeenten en de ministeries. En onze plannen worden ook opgenomen in de Regionale Energiestrategieën (RES) van Midden-Holland en Rotterdam-Den Haag”

Wat zijn jullie belangrijkste concrete doelen voor 2021?

“In mei valt een investeringsbesluit voor WarmtelinQ, de ondergrondse leiding van de Gasunie met restwarmte uit de Rotterdamse haven. We willen als WSO een T-stuk in deze leiding, zodat Oostland erop kan aansluiten. WarmtelinQ loopt namelijk vlak langs het Oostland. En we werken dit jaar aan een stappenplan richting de realisatie van het warmtenet waarmee geothermiewarmte en restwarmte over Oostland kan worden verdeeld.”

Wat is de tijdsplanning voor aanleg van het Oostlandse warmtenet?

“We verwachten dat in 2024 of 2025 de eerste stappen voor de aanleg worden gezet. Het gaat dan om het bouwen van een warmtehub aan het einde van de bestaande B3Hoekleiding en het koppelen van een leiding vanaf de hub naar Zuidplaspolder. Ook denken we aan een leiding vanaf de hub naar het westen, langs Noordpolder naar Pijnacker. Deze leiding kan dan later doorgetrokken worden naar het T-stuk op WarmtelinQ. We kunnen dan ook starten met het maken van aansluitingen van kassen en geschikte woonwijken. Dat laatste zal stap voor stap gebeuren, dus wijk voor wijk.”



Pin It on Pinterest