Wat fijn dat ik hier aanwezig mag zijn.

Voor mij voelt het hier zelfs een beetje als terug in de kas. Bij mijn 1e vakantiebaantje stond ik in een kas, tussen de chrysanten. Pluizen en toppen, dat moest ik doen. Zwaar werk – ik herinner me niet meer zo goed wat ik ermee verdiende, maar wel dat ik er rugpijn aan overhield.

Mijn baantje in de kas was een jaar of 25 geleden. Ik wist het toen niet, maar: de sector loopt voorop als het gaat om innovatie. Uit recent onderzoek van de Wageningen Universiteit blijkt dat zo’n 7% van de ondernemers in de glastuinbouw behoort tot de groep ‘vernieuwers’. Dat wil zeggen: deze ondernemers zijn de eersten die een nieuwe techniek toepassen of een nieuw product ontwikkelen – nog vóórdat de eerste volgers er lucht van krijgen. Dat is een indrukwekkend cijfer – vooral als je bedenkt dat het aantal vernieuwers in de hele land- en tuinbouw ligt op zo’n 1,2%, en glastuinbouwers dus zo’n zes keer vernieuwender zijn.

Wie denkt dat glastuinbouw geen rocket science is – die heeft het mis. Sterker nog: in januari begon er hier in het World Horti Center een collegereeks over wat de glastuinbouw van de ruimtevaart kan leren. En dat is best veel, want de tuinbouwer wil óók weten hoe je zo slim mogelijk kan omgaan met een heel beperkt oppervlakte.

Ons land kan niet zonder de raketgeleerden van de glastuinbouw. De hele wereld heeft behoefte aan steeds meer voedsel, dat duurzaam geproduceerd, veilig en gezond is. Daarin kan de Nederlandse tuinbouw een belangrijke rol spelen. Nederland is te klein om de wereld te voeden, maar groot genoeg om kennis en technologie met de wereld te delen. In 2017 exporteerde Nederland ruim 1,7 miljard euro aan tomaten. En we exporteren ook steeds meer de kennis en technologie waarmee landen zelf tomaten kunnen kweken.

En daar zijn we goed in: het ontwikkelen van bijvoorbeeld tomatenzaden die precies afgestemd zijn op de bodem en de temperatuur van een bepaald land. De innovatie die in een tomatenzaadje zit kun je dan ook gerust vergelijken met de innovatie van een computerchip; zo’n zaadbedrijf besteedt 30% van hun omzet aan onderzoek en ontwikkeling.

De groeiende wereldbevolking heeft behoefte aan die beste zaden, die de voedzaamste producten opleveren.

En dus ook bijdragen aan onze gezondheid. Helaas blijven de meeste mensen te weinig groenten en fruit eten, vaak van jongs af aan al. Misschien dat de ‘Masters of Food’, die hier worden opgeleid, daar wel wat aan kunnen doen.

Jullie kantine geeft al het goede voorbeeld, met verse groenten en fruit uit nabije kassen. Het is uniek dat bij het World Horti Center de ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheid hier onder 1 dak met elkaar zitten.

Hier in het Westland werkt bijna iedereen in de glastuinbouw. Het is daarom ook logisch dat er zoveel gezinsbedrijven zijn die zich op de een of andere manier met kassen bezig houden. Ik ben daarom ontzettend blij dat de onderwijsinstellingen zo goed genesteld zijn in dit Center en een nieuwe generatie opleiden in de nabijheid van de markt. Voor dit groene onderwijs is OCW strikt genomen verantwoordelijk, maar het ministerie van LNV blijft natuurlijk inhoudelijk betrokken. We hebben die frisse blik altijd nodig: betrokken jonge mensen die goede en moeilijke vragen stellen, en zo voor blijvende vernieuwing zorgen. En dan heb ik het niet alleen over technische snufjes, maar ook in samenwerking – zoals dat hier gebeurt, in kruisbestuiving: ketenpartners die elkaar vinden en onderling versterken.

Net als een kas is dit centrum transparant: producenten, consumenten en studenten kunnen zien hoe de toekomst van ons voedsel eruit ziet. Die transparantie is enorm belangrijk. Want de maatschappij, consumenten, moeten aangehaakt blijven over het hoe en waarom van innovatie. Ook als ons voedsel straks geproduceerd wordt in een gesloten gebouw, onder paars licht door mensen in witte pakken.

Er is zoveel moois te vertellen als het over kassen gaat. Jammer eigenlijk, dat de term ‘broeikaseffect’ aan iets negatiefs verbonden is. Eigenlijk zou die term ons meteen laten denken aan innovatieve kassen, die energie opwekken.

Perfect op de lokale omgeving afgestelde kassen en teeltsystemen, waarmee boeren overal ter wereld voedsel en mooie planten kunnen verbouwen. De kas als kunst: zo hoorde ik dat Rem Koolhaas hier laatst op bezoek was om inspiratie op te doen. De kas en voetbalgras: innovaties uit de tuinbouwsector hebben ervoor gezorgd dat het gras van de voetbalclub Atlético Madrid optimaal groeit. De kas als broedplek van whizkids: er komen steeds meer studenten uit Delft naar het Westland, voor bijvoorbeeld de megatronica-afdeling – een mooi voorbeeld van die innovatie in samenwerking waar ik het over had. En zo kan ik nog een paar minuten doorgaan. Daar word ik heel optimistisch van. Want ik weet dat er ook nog veel uitdagingen zijn voor de glastuinbouw. Steeds meer produceren, met minder energie, minder gebruik van water en minder gewasbeschermingsmiddelen. Maar, de tuinbouw heeft altijd laten zien: geef ons een uitdaging en wij vinden een oplossing. Zoals de kas als energiebron, een project dat het buitenland ook weer nieuwsgierig in de gaten houdt.

Ik zei het eerder al, in dit World Horti Center vind je de hele keten onder één dak. Iedereen heeft hier iets te zoeken; iedereen kan hier iets leren. Kwekers, technici, administrateurs, dienstverleners, ondernemers, zorgexperts en voedselkenners, uit binnen- en buitenland. Dit centrum maakt de glastuinbouw nóg innovatiever. De verwachtingen zijn hoog, en ik geloof dat dit centrum ze waar kan maken. Als ik over 10 jaar een vierkant paars tomaatje op mijn bord heb liggen, dan komt dat waarschijnlijk door de kruisbestuiving die hier ontstaat. En dan heeft mijn buurmeisje die misschien wel geoogst met een bestuurbare plukrobot, bij haar 1e vakantiebaantje.

(foto: World Horti Center)



Pin It on Pinterest